De Razzia van 25 april 1944

Op 22 april 1944 werd de politieluitenant Luitje Keijer op het station van Bedum door leden van het verzet geliquideerd. Keijer collaboreerde met de SD en zat het verzet gevaarlijk dicht op de hielen. In die periode pleegde het verzet in Noord- Groningen veel overvallen op distributiekantoren en tekende voor een succesvolle raid op de drukkerij Hoitsema in de stad Groningen, waar bonkaarten werden gedrukt. Zou het verzet instorten dan bedreigde dat onmiddellijk de precaire voedselvoorziening van onderduikers, de onderduikers zelf en de leiding van het verzet.

Daarom zag de top van de Landelijke Organisatie van het verzet in Groningen geen andere optie dan Keijer te liquideren. Dat leidde tot wilde represaille-acties met zes doden en drie gewonden als gevolg. Hierbij legde de bezetter, gesteund door de Landwacht (een vrijwillig politiekorps van de NSB), een grote willekeur aan de dag. Toen leek dat de wraakhonger gestild was, werden er in de ochtend van 25 april ruim 148 jonge mannen opgepakt in Bedum, Middelstum, Winsum en Zuidwolde. In en nabij Winsum werden 49 jonge mannen opgepakt, waarvan er 11 uit het Marnegebied afkomstig waren. Zij werden samengebracht in een zaal van het voormalige Hotel Til. Eén van hen wist nog te ontsnappen, de rest werd met overvalwagens afgevoerd naar het politiebureau aan het Martinikerkhof in de stad Groningen.

Samen met de gijzelaars uit Bedum, Middelstum en Zuidwolde werden ze de dag daarop per trein naar Amersfoort gedeporteerd. Van daaruit werden ze in juli naar diverse werkkampen in Duitsland afgevoerd. Voor de gijzelaars en de achterblijvers volgde er een lange periode van onzekerheid en lijden, soms met de dood tot gevolg. De Winsumer Cor Heslinga overleed door pure uitputting in het kamp Amersfoort. 21 andere gijzelaars stierven in een Duits kamp of kort na de bevrijding, reeds thuis of op de weg terug naar huis. Daaronder nóg drie inwoners van Winsum: Cornelis Bolhuis, Reinder Tuitman en Sybe Wendelaar. Ook Klaas Luidens uit Ulrum, eveneens in Winsum opgepakt, overleefde het werkkamp in Duitsland niet.

De nabestaanden van de gijzelaars worden tot op de dag van vandaag met de gevolgen van deze gebeurtenis geconfronteerd, maar het heeft lang geduurd alvorens die in Winsum is herdacht. Dat gebeurde op 25 april 2023 voor het eerst, het begin van een jaarlijkse traditie. Bij die gelegenheid werd in bijzijn van vele nabestaanden, soms van verre komend, dit monument onthuld. Het is bevestigd aan de zijmuur van het voormalige Hotel Til (voorheen logement Alders), vlakbij de zaal waar de gijzelaars werden gevangen gehouden, alvorens op transport te worden gezet.

Beeldhouwer Natasja Bennink ontwierp en realiseerde het in nauw contact met enkele nabestaanden die deels ook model stonden. Het bestaat uit drie paar handen die elk een andere emotie symboliseren, verbonden met de razzia van 25 april 1944.
Van links naar rechts:

  • Verdriet, een ode aan de vrouwen die achterbleven: moeders, echtgenotes en verloofden. Kruislings grijpt de vrouw naar haar borst, laat grenzeloos verdriet en onmacht zien.
  • Vertrouwen, verbondenheid en levenskracht, de handen staan open omhoog. Het beeld tekent zowel de gedeporteerden als degenen die naar hun terugkeer verlangden.
  • Verbinding tussen de generaties, slachtoffers en hun nakomelingen en (klein)kinderen. Vanuit verkramping, geslotenheid, onmacht en pijn grijpt men elkaar vast, steun zoekend én biedend.

Voor meer informatie:
www.groningergijzelaars.nl (met o.a. een namenlijst en gegevens van de slachtoffers)
www.natasjabennink.nl