Uitnodiging ledenvergadering

HISTORISCHE VERENIGING WINSUM – OBERGUM
Secretariaat: Guus Frumau, Westerstraat 20, 9951 EN Winsum (Gn.) tel.: 0595-795084
Winsum, 5 maart 2014.
betreft: Uitnodiging algemene jaarvergadering
Geacht medelid,
Gaarne wil ik u uitnodigen voor de komende jaarvergadering van de Historische Vereniging Winsum-Obergum, welke gehouden zal worden op dinsdag 18 maart 2014 in Zalencentrum De Hoogte, Kerkpad te Obergum; aanvang 20.00 uur. Het programma voor de avond ziet er als volgt uit:
1. Opening door de wnd-voorzitter dhr. B.J. Haak.
2. Mededelingen.
3. Notulen algemene ledenvergadering 20 maart 2013. Zie het Info-bulletin van december 2013, achttiende jaargang nummer 1, blz. 14.
4. Jaarverslag 2013 ligt ter inzage op de bestuurstafel.
5. Verslag van de kascommissie, toelichting en vaststelling jaarrekening 2013 en begroting 2014 (bijlage 2).
6. Samenstelling kascommissie. De commissie werd gevormd door mevr. W. Lemstra en de heer J. Sijbolts. De heer Sijbolts is aftredend.
7. Bestuurssamenstelling. Roostermatig treden dit jaar af: dhr.C. De Ranitz en dhr. B.J. Haak. Zij zijn voor maximaal 1 jaar herbenoembaar. De heer J. Venhuizen heeft te kennen gegeven zich te willen terugtrekken uit het bestuur. De huidige voorzitter J. Tersteeg trekt zich vanwege gezondheidsproblemen terug. Eventuele nieuwe kandidaten kunnen zich melden bij de secretaris.
8. Voorgesteld wordt om het Infobulletin voorlopig twee keer per jaar te laten verschijnen i.p.v drie keer per jaar.
9. Lezing van dhr. F. Akkerman over “De roem en het leven van Rudolf Agricola”.
10. Beantwoording van vragen en w.v.t.t.k.
11. Sluiting.
Het belooft een interessante avond te worden, waarbij uw aanwezigheid zeer op prijs wordt gesteld.
Met vriendelijke groet,
G. Frumau, secretaris.
Samenvatting van de lezing:
Rudolf Agricola (1443-1485) is al tijdens zijn leven en lang nadien, zowel in het Noorden en Oosten van Nederland en in Oost-Friesland als in Italie, waar hij tien jaar gestudeerd heeft zeer bekend geweest vanwwege zijn grote talenten op taalkundig, letterkundig, filosofisch en muzikaal gebied. Na een korte inleiding over zijn Roem zal ik een schets van zijn leven geven, gebaseerd op de zes korte schetsen die in de eerste generatie na zijn dood zijn geschreven en de 55 brieven van zijn hand en tot hem gericht die bewaard zijn gebleven.
F. Akkerman
Bijlage 1: Jaarrekening 2013 en begroting 2014.

Ledenvergadering 28 januari 2014

Uitnodiging ledenvergadering
Geacht medelid,

Gaarne wil ik u uitnodigen voor de komende ledenvergadering van de Historische Vereniging Winsum-Obergum, welke gehouden zal worden op 28 januari 2014 in Zalencentrum De Hoogte, Kerkpad te Obergum; aanvang 20.00 uur.
Het programma voor de avond ziet er als volgt uit:

 

  1. Opening door de voorzitter dhr. J. Tersteeg.
  2. Mededelingen.
  3. Oproep tot het in leven roepen van werkgroepen.
  4. Lezing van de heer Egbert van der Werff over de Kroniek van Sicke Benninge.
  5. Beantwoording vragen en w.v.t.t.k.
  6. Sluiting.

Het belooft een interessante avond te worden, waarbij uw aanwezigheid zeer op prijs wordt gesteld.

Met vriendelijke groet,

G. Frumau, secretaris.

Sicke Benninge, Croniken der Vrescher Landen mijtten Zoeven Seelanden ende der stadt Groningen. (Den Haag 2012).

Benninge begon in 1505 aan zijn geschrift, getiteld Croniken der Vrescher Landen mijtten Zoeven Seelanden ende der stadt Groningen, waaraan hij tot 1528 bleef werken. Het is een levendig en gedetailleerd verslag van de gebeurtenissen in Groningen en omgeving in die roerige periode, toen de stad haar macht over de Ommelanden vestigde, maar vervolgens verwikkeld raakte in de strijd tussen de Habsburgers, de hertog van Gelre en de graaf van Saksen. Na veel ingrijpende gebeurtenissen, inclusief een belegering van de stad, moest Groningen in 1525 keizer Karel V als heer erkennen.

Daarmee waren de problemen bepaald niet voorbij, want ook binnen de muren had men te kampen met onrust, vanwege onvrede onder de bevolking en een machtsgreep door de gilden. Benninge baseerde dit deel van zijn kroniek op eigen waarneming en herinneringen, mondelinge getuigenissen van derden, andere kronieken, en schriftelijke bronnen zoals rechtsteksten en oorkonden.

Het verslag van de gebeurtenissen uit de eigen tijd heeft Benninge uitgebreid met teksten over de herkomst van het Friese volk – zij zouden afstammen van de Trojanen – en de grondslagen van de ‘Friese vrijheid’. Ook laste hij twee Groninger kronieken in: een anoniem werkje van rond 1478 en een kroniek die rond 1425 was geschreven door Johan van Lemego, alweer een brouwer, wiens tekst later in de vijftiende eeuw nog werd aangevuld. Voorts besteedt Benninge aandacht aan buitenlandse gebeurtenissen en staat hij stil bij persoonlijke wederwaardigheden, zoals de pelgrimstocht naar Rome die hij in 1500 ondernam.

Zijn kroniek is al met al een belangrijke bron van informatie over de roerige geschiedenis van Groningen en Friesland in de periode 1491-1528, en geeft bovendien zicht op het wereldbeeld van een patriciër en magistraat uit die tijd, op diens opvattingen over geloof, politiek en geschiedenis.

Programma ledenvergadering 6 november 2013

Programma ledenvergadering van de Historische Vereniging Winsum-Obergum, welke gehouden zal worden op 6 november in Zalencentrum De Hoogte, Kerkpad te Obergum; aanvang 20.00 uur.

Het programma voor de avond ziet er als volgt uit:
1. Opening door de voorzitter dhr. J. Tersteeg.
2. Mededelingen.
3. Oproep tot het in leven roepen van werkgroepen.
4. Rondleiding Groninger Archieven voor de leden. Is hier animo voor?
5. Lezing van de heer J. Meijering over de historische vaarverbindingen tussen Groningen en Friesland
6. Beantwoording vragen en w.v.t.t.k.
7.  Sluiting.

Het belooft een interessante avond te worden, waarbij uw aanwezigheid zeer op prijs wordt gesteld.

De presentatie gaat over de geschiedenis van het van Starkenborghkanaal en haar voorgangers het Hoendiep en het Caspar de Roblesdiep.
In september 2011 was Noord Nederland gastheer van de internationale World Canals Conference met een programma dat onder meer aandacht schonk aan de bescherming en herontwikkeling van historische kanalen. Nog in de 20e eeuw was Nederland binnen Europa het land met de grootste dichtheid aan waterwegen. Daarvan is nu meer dan de helft buiten gebruik of gedempt. We zouden haast vergeten dat het graven van kanalen in Nederland een lange geschiedenis heeft en dat Groningen een kanalenprovincie bij uitstek is. In deze bijdrage komen enkele historische aspecten van het gebied tussen de stad Groningen en de Fries-Groningse grens aan bod.
De ontwikkeling van het Caspar de Roblesdiep tot het Van Starkenborghkanaal laat zien hoe deze vaarverbinding in de loop der eeuwen noordwaarts, in de richting van de zeekleigronden, is opgeschoven.
Ze heeft zich vooral in de breedte en de diepte ontwikkeld, van een onaanzienlijke sloot van soms maar vijf meter breed naar een 60 meter breed kanaal.
De beweegredenen voor de aanleg en de aanpassingen veranderden met de tijd.

De verschijningsvorm in het landschap verschilt aanzienlijk. Het Caspar de Robelsdiep, in aanleg al van een bescheiden afmeting, is na 1654 in onbruik geraakt en, voor zover nog aanwezig, gedegradeerd tot een perceelsloot. Het jongere Hoendiep was ruimer dan het Caspar de Roblesdiep en heeft wat meer zichtbare sporen achtergelaten. Waar het niet werd opgeslokt door het Van Starkenborghkanaal, is het oorspronkelijke beeld nog zichtbaar, zoals in het stuk van Briltil tot de stad Groningen met zijn plaatselijk bewaarde draaibruggen.

Het Van Starkenborghkanaal is in het landschap zeer nadrukkelijk aanwezig met zijn hoge (spoor)bruggen, bomenrijen en gronddepots langs de oevers. Op een aantal depots heeft spontane natuurontwikkeling geleid tot bescherming als natuurgebied. Het tracé doorsnijdt oude landschappelijke structuren en elementen, zoals de glaciale rug van Noordhorn-Zuidhorn en de oude Spanjaardsdijk. Het is een vreemd element in het landschap geworden met een zo robuuste maatvoering dat die gevoelsmatig niet meer in het omringende landschap past. Het kanaal kreeg bovenregionale betekenis en het is vanuit dat oogpunt begrijpelijk en ook aannemelijk dat het Van Starkenborghkanaal, net als de autowegen voortgekomen uit het lokale verkeersnetwerk, zich steeds meer onafhankelijk van het landschap zal ontwikkelen.

Aan de hand van tekeningen, oude foto’s en kaarten zal de ontwikkeling van deze kanalen worden toegelicht.